Meeuwen op De Contrabas

meeuw 

Op de De Contrabas, weblog over literatuur, is mijn gedicht over meeuwenoverlast geplaatst. U kunt het hier lezen.

Uit de serie 'pietenleed' ...

Roetveegpiet

Al werd hij zwart geboren
Hij speelt graag Zwarte Piet
Dus zette hij wat vegen
Alleen ... die zag je niet

Uit de serie 'zinloze sporten' ...

Hoogspringen

Wat heeft die sport voor zin?
Zo rijst bij mij de vraag
Na elke sprong omhoog
Volgt steeds een smak omlaag

Uit de oude doos

Een gedicht uit AD/Haagsche Courant (2008) ter gelegenheid van de benoeming van Jozias van Aartsen tot burgemeester van Den Haag.

Jozias 

Groeten uit de Schilderswijk

Schilderswijk
 
Schilderswijk

de ezel wankelt en de tube lekt
maar het palet is kleurrijker geworden
een onbekende spijs ligt op de borden
het vlees van Rubens is geheel bedekt

de Haagse school is overwegend zwart
verdwenen is het bonte dialect
met zware ziektes en de dood doorspekt
het maakt op Ypenburg een nieuwe start

het licht van Rembrandt is er ver te zoeken
al maakt de nachtwacht vele overuren
de verre vrienden vinden goede buren
het straatbeeld toont een rijk bezit aan doeken

heeft hier de kunstenaar de drang verloren
of wordt het nieuwe meesterwerk geboren

Varend Corso

Er bestaan plannen om het Varend Corso volgend jaar ook in Den Haag te laten dobberen. Alsjeblieft niet ...

Geen bezoek, geen bloemen

Een varend corso trekt aan mij voorbij
Het Westland zet de bloemen nu eens buiten
Mijn enthousiasme hoeft men niet te stuiten
Het kijken valt mij zwaar, een hels karwei

Na weer zo’n schuit vol schreeuwerige 'pracht'
Doe ik mijn ogen dicht en denk ‘rust zacht’

Wat zit er in het mandje van Jantje?

Jantje
 
Het mandje van Jantje

in deze streken woonde eens een graaf
berucht als vechtersbaas en dwingelandje
hij huisde in een zeer aanzienlijk pandje
daar ging hij met de adel in conclaaf

zijn leven was, zo werd beweerd, puntgaaf 
de ooievaar bezorgde hem toen Jantje
het ventje bleek al snel een lastig klantje
verwend tot op het bot, beslist niet braaf

hij luierde en wees maar met zijn handje
zijn bezigheden bleven uiterst vaag
hij kuierde in ’t donker door Den Haag
met aan zijn arm een steeds gesloten mandje

'wat zit er in dat mandje?', rees de vraag
men fluisterde: 'een geestverruimend plantje'