Hij is een reu, hij is een carnivoor ...

Schoothondje

het roofdier werd een trillende neuroot
een prooi voor rusteloze vrouwenhanden
soms gromt hij wat, ontbloot verward zijn tanden
maar meestal vindt hij vrede op haar schoot

ze maakt hem van geheimen deelgenoot
van smeulend vuur dat nimmer fel zou branden
de dromen die als wrakhout telkens strandden
al strelend wordt de trage tijd gedood

hij likt haar tranen weg en laat haar klagen
ze vindt voor haar verdriet een open oor
zijn wensen echter vinden geen gehoor
hij voelt een almaar groeiend onbehagen

hij is een reu, hij is een carnivoor
hij wil beestachtig paren en gaan jagen

De keizerspinguïn (Aptenodytes forsteri)

kp

Keizerspinguïn

daar staan ze, in hun smoking, zij aan zij
verkleumde, maar ook plichtsgetrouwe heren
die zwijgend barre winterkou trotseren
verloren in een witte woestenij

ze koesteren het nageslacht, een ei
en hongeren, maar zonder protesteren
terwijl hun spek verschrompelt onder veren
een echte heer gedoogt de heerschappij

van dames die nu heerlijk foerageren
gekakel, afgunst noch gebakkelei
de mannenwereld kan bevrijd floreren
al doet de klok naargeestig zijn karwei

nog even en ze zullen wederkeren
dan is de lieve vrede weer  voorbij

Vakantietijd, zorgen voor de kat van ...

Eerbetoon

hij buigt en groet u, hooggeboren wezen
ziehier uw knecht, een nederig persoon
godvrezend staat hij voor uw hoge troon
devotie kunt u in zijn ogen lezen

dag majesteit, uw goedheid, onvolprezen
dwingt hem vandaag weer tot dit eerbetoon
een zware taak, jawel, maar wonderschoon
hij dankt u, dankt u duizend maal, bij dezen

hij voelt zich, bij uw gratie, uitverkoren
vergeeft u hem dit lichte ongemak
het is van korte duur, hij zal zich reppen

voorzichtig waagt hij nu een stap naar voren
en dienstbaar knielt hij voor uw volle bak
een ware eer, hij mag uw drollen scheppen

Hofvijver Poëzieprijs

hp

Parijs ...

parijs 

Parijs 

ik lig niet langer languit op de bank
te staren naar de beelden van een ronde
mijn lijdensweg is nu voorbij, goddank
Parijs! ... ik heb mijn benen weer gevonden 

Poëzie aan de waterkant 2012

padw
Foto Poëzie aan de waterkant 2011

11 August 2012

Poëzie aan de waterkant

12e editie van het jaarlijkse poëziefestival in het Westbroekpark. Centraal in het programma is pop versus poëzie, waarvoor drie dichters werden gekoppeld aan een haagse singer-songwriter. Dichter en singer-songwriter inspireren elkaar tot het schrijven van nieuw werk. Met optredens van een aantal winnaars Haagse scholenslam, Pop versus poëzie met Vrouwkje Tuinman vs I´m not Mukowski, Kira Wuck (NK kampioen poetryslam 2011) vs Long Conversations en Anne van Amstel vs Arlette Hovinga.
Verder Steve Larkin (Engeland). Presentatie: Harry Zevenbergen en Diann van Faassen. Met medewerking van het mobiele theehuis de Theetuin en het Mooiste gedicht.

Bron: www.extaze.nl

Dichten in crisistijd ...

Werkzoekende

mijn vrouw vertrok en een illusie lichter
moest ik dan toch geloven aan een baan
een dame keek mij wenkbrauwfronsend aan
en sprak met droeve klank: u bent dus dichter

vervolgens vroeg zij streng en veel gerichter
of ik wellicht ook écht werk had gedaan
met onverbloemde trots zei ik spontaan:
ik was ook filosoof en vredestichter

ze zuchtte en ze zweeg een hele poos
maar pakte toen wat voorbedrukte bladen
gegaap liet mijn gedachten simpel raden:
het is al laat, straks wordt de barman boos

ze stopte de papieren in een lade
waarop in klare taal stond: HOPELOOS

Hebban olla vogala ...

hebban  

Hebban olla vogala

hebban olla vogala nestas hagunnan
hinase hic enda thu
wat unbidan we nu

ik werkte mij voortdurend in de nesten
voor jou en dat vervloekte koekoeksjong
de warmte ging, gebleven is je tong
die scherp mijn levensvreugd totaal verpestte

de lente lacht, ik voel de hartenklop
de vrijheid roept … waar wacht ik nu nog op

... hier wonen mensen

pernis

Crisis

crisis

Crisissonnet

normaalgesproken krijgt u twee kwatrijnen
en twee terzinen, samen een sonnet
door mij met liefde in elkaar gezet
een stevig bouwwerk, veertien vaste lijnen

maar nu een zware crisis ons doet kwijnen
zie ik naast levensvreugd en bankbiljet
mijn moeizaam opgespaarde dichtersvet
met lede ogen gaandeweg verdwijnen

vergeeft u mij dat ik zal moeten snijden
de veertien regels zijn u wel gegund
helaas, de ingreep valt niet te vermijden

het zijn nu eenmaal barre … barre tijden
na regel dertien volgt er slechts een punt
.