Plaagdierenoverlast

meeuw

Plaagdieren

plaagdierenoverlast
vier- en ook tweepoters
tergen de stad en de
stedeling bromt

wethouder zorg dat het
hofstadvijandige
faunacrapuul nu voor
eeuwig verstomt

zeemeeuw en krijsparkiet
vos, rat en huismuis zij
tarten de burgers dus
doe er wat aan

toon op een krachtige
IJspaleisachtige
wijze karakter, maak
werk van uw baan

luister eens Hagenaar
sta nu eens stil bij de
opportunistische
aard van uw wens

u bent de gretige
consumeerminnende
vuilnis en hinder  zijn
schuld van de mens

 

Vreselijk die hooikoorts ...

hooikoorts

geniet de lente

ik zie de kleur van mint of van smaragd
de lentetinten na eenvoudig snuiten
die zo charmant de mensenneus ontspruiten
ik vang ze in de hand, geniet de pracht

soms komt er slechts een habbekrats naar buiten
maar is er sprake van een karrenvracht
die zich ontworstelt met een woeste kracht
dan vallen trots en jubel niet te stuiten

het puntje van de tong streelt daarna zacht
de gladde massa en de harde kluiten
nu wordt het tijd de lippen te gaan tuiten
waarna ik inhaleer uit alle macht

als na die daad een noeste niesbui wacht
dan druipt het prille voorjaar langs de ruiten

Sluiten maar ...

wat heeft de jeugd in godsnaam daar te zoeken
van al dat lezen word je lui en week
ach, zie zo’n kind nou zitten, stil en bleek
bevangen door de weeë geur van boeken

ik zou zo’n wijsneus graag naar buiten vloeken
ga naar een hangplek of een discotheek
of maak je oude oma flink van streek
het is nu tijd de leeszaal op te doeken

van letters worden kinderzieltjes ziek
die boekenwurmen blijven almaar vreten
en raken in de knoop met hun geweten
je wordt niet fit van hersengymnastiek

de jeugd kan straks een droombaan wel vergeten
wie leest wordt  veel te slim voor politiek

het mannenleven is een aardse hel ...

een vreselijke ontdekking

dat mannen korter leven is een feit
zij moeten immers heel hun leven beulen
met zware lasten op de schouders zeulen
geen wonder dat zo’n stakker eerder slijt

ook vallen zij nog jeugdig in de strijd
je ziet de knoken op het slagveld smeulen
terwijl hun vrouwen met de vijand heulen
want zaad is zaad, geen tijd voor somberheid

het mannenleven is een aardse hel
o God, U laat dit allemaal passeren
nog nooit gaf U een teken van berouw

U dompelt ons in kommer en in kwel
en richt Uw woede louter tegen heren
het kan niet anders God: U bent een Vrouw

En niemand laat er tranen om de aal ...

aal 

het vergeten dier

hij staat als trotse eiber in het wapen
met boven hem een echte gouden kroon
een beeld van rijkdom en van machtsvertoon
hij waakt, de Hagenezen kunnen slapen

hij duldt geen tegenspraak, geklaag of hoon
z’n snavel is als koningszwaard geschapen
hij hoeft zijn keel slechts even maar te schrapen
en oproerkraaiers doen weer heel gewoon

maar in het wapen huist een tweede dier
geofferd en door iedereen vergeten
een simpel beest en zeker niet sacraal

gevangen is hij door de harpoenier
hij dient de ooievaar gewoon tot eten
en niemand laat er tranen om de aal

Vaderleed

telefoon 

Vaderleed 

betweterig, lamlendig, bijdehand
een puisterige slungel vol hormonen
die ouders slechts met ondank wil belonen
mijn zoon is wat men noemt 'recalcitrant'

en na zo'n dag vol schimpscheuten en hoon
verlang ik naar de vadertelefoon

Share |