Nieuw Haags literair tijdschrift in aantocht

extaze

zondag 26 december 2010 door Coen Peppelenbos

In een tijd waarin het ene na het andere literaire tijdschrift het loodje legt, mag de oprichting van een nieuw papieren tijdschrift met gejuich worden begroet. In Den Haag is men bezig met de oprichting van een literair tijdschrift dat de naam Extaze zal dragen. Het is de bedoeling dat het vier keer per jaar uitkomt. Het nulnummer moet dit voorjaar verschijnen en in het najaar verschijnt het eerste echte reguliere nummer. Tot de redactie en medewerkers behoren: Jan-Hendrik Bakker, Kees ‘t Hart, Cor Gout, Els Kort, Wim Noordhoek, Kees Ruys, Nicolette Smabers en Wim Willems.

Lees verder...

Daar zat hij bij McDonald's

Inburgeren

Daar zat hij bij McDonald’s
Het vet droop langs z’n kin
De jonge allochtoon sprak:
‘ik burger lekker in’

Dag Femke

femke

dag Femke met de mooie Bambi-ogen
dag blinkend boegbeeld van de linkse kerk
de politiek werd onbegonnen werk
toen jij zelfs het gedogen moest gedogen

dag groene energieke toverfee
jij gaat en met jou gaan mijn dromen mee

Het kabinet spreekt

kunst

Het kabinet spreekt

dag kunstenmakers, linkse hobbyisten
subsidiesponzen , smerig werkschuw volk
dag dichters, zwevers op een rode wolk
gegroet gij voos gebroed van socialisten

wij, telgen van Jan-Peter, Geert en Bolk
verjagen u met daadkracht en door listen
wat rest is as, tenzij u zich laat kisten
de rechterhand bevat een scherpe dolk

uw doeken en uw boeken zullen branden
zo geeft de kunst ook ons een warm gevoel
en heeft uw zinloos werk nog zin en doel
hoe muzikaal klinkt ook uw knarsetanden

kom, zoek een echte baan, toon plichtsgevoel
en doe vooral iets nuttigs met uw handen

Open podium Meander

Meanders kerstnummer van 2010 is een open podium. Iedereen aan wie al eens aandacht is besteed in de rubriek Dichters nodigden we uit een gedicht in te sturen. Tientallen van hen gingen op het verzoek in. Deze gedichten worden hier, zonder tussenkomst van de redactie, aan u gepresenteerd. Dit zijn de eerste dertig gedichten. De overige gedichten vindt u hier.
We verzochten de inzenders hun gedicht via de telefoon voor te lezen. Bij de gedichten van degenen die dat deden vindt u onder het gedicht een link naar de geluidsopname. En ook via dit venster kunt u de opnamen beluisteren.

> lees de bijbehorende gedichten

Het buurkind

hij was een bleek, teruggetrokken kind
je kwam hem niet op straat met vriendjes tegen
hij sprak ook nooit, soms lachte hij verlegen
z'n ogen zochten steevast naar het grind

hij doolde, niet gehinderd door de kou
de dag gevuld met eindeloos vervelen
een oude straathond kon hij peinzend strelen
het leek of hij het dier iets zeggen wou

tot op z'n laatste avond bleef hij stil
als had een tovenaar zijn stem genomen
toen is een man beschonken thuisgekomen
de buren schrokken wakker van een gil

Sorry, geen dienst

sorry

Sorry, geen dienst

ze gingen met een ezel
naar 't koude Bethlehem
ze voelden zich als klanten
van de HTM

Troostprijs

kaal hè 

troostprijs

ach heren van de schepping, de tragedie
waarmee u vroeg of laat te maken krijgt
en die het aardse leed bijkans ontstijgt
is onomkeerbaar, kent dus geen remedie

natuurlijk kunt u alles camoufleren
met handgevlochten ijdele toupet
maar weet u, die moet telkens af in bed
en zal het vrouwvolk vast niet inspireren

ook staat het vrij de scheiding te verleggen
waardoor het wijkend kapsel nog iets lijkt
doch als de woeste wind langs haren strijkt …
veel meer hoef ik waarschijnlijk niet te zeggen

dus heren, vind uw troost bij deze prijs:
gevallen haren worden nimmer grijs

Witte wereld

sneeuw 

witte wereld

de witte wereld maakte mij weer jong
ik trok de slee en gooide gretig ballen
het juk der jaren leek van mij gevallen
ik waagde van een sneeuwberg zelfs een sprong

de dekens en de muren zijn hier wit
een vrouw vraagt of het gips wel lekker zit

De achterbank

er hangt een slungel op mijn achterbank
een schaduw die mij volgt langs ’s heren wegen
bloeddorstig en van zins een coup te plegen
ik bracht hem groot en oogst nu stank voor dank

eens waren zijn gedachten lelieblank
een godsgeschenk, zijn vader toegenegen
nu wordt die ouwe ijzig doodgezwegen
of kundig afgeslacht met blik en klank

er komt een einde aan de puberteit
nog even bijten, bidden, hoop doet leven
al wordt mijn falen stevig ingewreven
en sterf ik duizend doden in de strijd

al is hij nu de weg volkomen kwijt
ooit  kan ik hem het stuur in handen geven

Tafeltje dekje ...

tafeltje dekje

En nu maar wachten op de lente ...

kkkkkoud

Het sneeuwt ...

sneeuw

sneeuw

het Binnenhof is wit en sprookjesachtig
tot vreugde van een enthousiast publiek
Japanners schieten, alles is hier prachtig,
alweer een digitale Anton Pieck

haast verveloos, maar zeker schilderachtig
betovert ons de koude politiek

Ooievaar

eiber

De ooievaar

het dier zit wat armoedig in de veren
een rafelig en slordig ogend pak
z’n financiële toestand – danig zwak-
verhindert aanschaf van gepaste kleren

hij schrijdt hautain, als opgeblazen heren
van adel met een lege plunjezak
een overdaad aan schijn en kouwe kak
z’n snavel echter blijft zich kranig weren

hij staat bekend als brenger van geluk
die reputatie dankt hij aan een leugen
al jaren neemt hij kind en ouders tuk

en telkens rijst bij mij die ene vraag:
hoe komt een beest dat nooit heeft willen deugen
in ’t wapen van een moordstad als Den Haag