Lichaamstaal

lichaamstaal

hier huizen hoofd en ruggengraat der natie
een linkerhand doet zaken op de pof
de rechtervuist is handig met verlof
het warme hart schoorvoetend uit de gratie

de middelvinger zorgt voor consternatie
een gladde tong is dubbellang van stof
't geheugen wordt geplaagd door Korsakov
de huid vertoont geen druppel transpiratie

wat klieren bekken onbehoorlijk grof
een dikke darm heeft last van obstipatie
de ballen zijn bevreesd voor een castratie
en lange tenen schieten uit hun slof

de politiek zorgt wel voor inspiratie
wat zou ik moeten zonder Binnenhof

Wachtlijsten voor nieuwe mussenvilla

De 'mussenvilla's' in Den Haag zijn niet aan te slepen. Sinds de aftrap van de vogelhuisjesactie afgelopen vrijdag, is er een run op tuincentrum Hanenburg dat de goedkope huisjes verkoopt. De actie loopt zo goed dat de gemeente nog eens zeshonderd vogelhuisjes heeft besteld. (Bron: AD Haagsche Courant)

mussenvilla

Boekhandel Verwijs

Boekhandel Verwijs

ze liggen er, of staan in lange rijen
in overvolle kasten, wand na wand
te wachten op de hongerige klant
verzot op literaire lekkernijen

hier kan boulimia perfect gedijen
en springen lettervreters uit de band
ik smul in dit driesterrenrestaurant
mijn favoriete plek in de contreien

de hemel is, etage na etage
aanwezig in het centrum van de stad
van huis, maar thuis gaan vergezichten open

je kunt er kijken , kijken ... en dan kopen
hier heeft de boekenwurm zijn habitat
Verwijs, het paradijs in de Passage

Vandaag in de krant ...

crisissonnet

1 : 25

1 : 25

          made in Madurodam

          de croquetten in het restaurant
          zijn aan de kleine kant

                                C.B. Vaandrager

wat zeurt die man toch over de kroketten
oké, ze zijn wat aan de kleine kant
maar wat verwacht je als het restaurant
niet groter is gebouwd dan de maquette

en straks bezoekt hij ook nog de toiletten
daar loopt het vrijwel zeker uit de hand
ik hoor hem nu al schreeuwen, moord en brand
als hij de maat ziet van de kabinetten

Madurodam maakt grondig korte metten
met allerhande grootspraak in dit land
hier schrijft de kleine man nog steeds de wetten
en wint de kinderziel het van verstand

Jonge sla

jonge sla


ik ben in staat het zwaarste leed te dragen
het uitzichtloos verdorren van een boon
een snijbloem en zijn onverdiende loon
ik zie het aan, doch niemand hoort mij klagen

het rooien van de bintjes is gewoon
een schaamteloze daad die af doet vragen
of een beroep op normen ooit zal slagen
toch blijf ik hard, negeer het machtsvertoon

maar in september, bij die jonge sla
zojuist geplant in toegewijde aarde
bezwijkt m’n laatste restje eigenwaarde
dan huil ik en dan smeek ik om gena

Het is wel eens leuk om van een bekend gedicht een bewerking te maken, bovenstaand gedicht is mijn versie van het bekende gedicht van Rutger Kopland.

jonge sla

alles kan ik verdragen
het verdorren van bonen
stervende bloemen in een hoekje
aardappelen kan ik met droge ogen
zien rooien, daar ben ik
werkelijk hard in

maar jonge sla in september
net geplant, slap nog,
in vochtige bedjes, nee

Literair Theater Branoul

Bezoek ook eens de website van Literair Theater Branoul.

Crisissonnet

crisissonnet

normaalgesproken krijgt u twee kwatrijnen
en twee terzinen, samen een sonnet
door mij met liefde in elkaar gezet
een stevig bouwwerk, veertien vaste lijnen

maar nu een zware crisis ons doet kwijnen
zie ik naast levensvreugd en bankbiljet
mijn moeizaam opgespaarde dichtersvet
met lede ogen gaandeweg verdwijnen

vergeeft u mij dat ik zal moeten snijden
de veertien regels zijn u wel gegund
helaas, de ingreep valt niet te vermijden

het zijn nu eenmaal barre … barre tijden
na regel dertien volgt er slechts een punt
.

De Slegte

De Slegte

de Spuistraat op een wolkenloze dag
een winkel die je niet voorbij kunt lopen
lag gevelbreed voor koopjesjagers open
de Slegte, boeken voor een klein bedrag

’t is voor een dichter vaak een hard gelag
als daar je werk, dat iemand ooit wou kopen
als tweedehandsje droevig staat te hopen
op nog een kans (maar nu met meer ontzag)

een boek is als een kind, het doet verdriet
als niemand zich aan jouw geluk wil hechten
die aanblik ... ik moest tegen tranen vechten
een slapeloze nacht lag in ‘t verschiet

daar stond mijn fraaie bundel bij de Slegte
het regende toen ik de zaak verliet

Zuidlarenstraat

Vandaag in de krant:

zuidlarenstraat

zuidlarenstraat

Zeestraet van Constantijn Huygens

DE NIEUWE ZEE-STRAET VAN ’s GRAVENHAGE OP SCHEVENING

zeestraet


De Werelt gaet haer’ gang, sij werrt en blijft aen ’twerren,
En ’tgaet mij in ’tgewerr als met de meeste sterren:
Mij dunckt, en ick geloov ’t, daer is een order in,
Sy hebben elck haer’ swier en haer’ verscheiden sin:
Maer ick ontwerr het niet, en die ’t haer onderwinden,
Ick sie sij roemen ’t, maer ick twijffel of sij ’t vinden.
Soo spaer ick wisse moeijt voor ongewisse Vrucht,
Ick besigh Son en Maen voor heldere genucht,
En Sterren voor soo veel haer’ glinstering kan strecken
En mog’lick van soo verr wat goeds of quaeds verwecken,
Terwijl het and’ren lust te soecken nacht en dagh,
Daer door en wat sy doen, en dat elck wesen magh.
Het wereldsche beleidt van Landen en van Steden
Begaep ick even soo: ick houd’t er voor, dat Reden
Haer Werre-garen twernt en ontwernt soo ’tbehoort:
Maer hoe dat twernen gaet, daer kom ick niet mé voort,
Noch tracht het niet te doen: ick kan de moeyte derven,
En leven sonder sorgh, om sonder schroom te sterven
Van quae Gemeentes klap, die blinde slagen slaet,
En keurt het overlegg der saken, nae ’t vergaet.
Het schip zeilt, en ick mé: maer ’t zee-volck kent Getijen,
En Wind en Weer; ick niet: veel min verstaen ick ’tglijen
Van min en meerder Wandt door Block en door Catroll.
Is ’tslechte zee, ick smaeck ’t als and’re: gaetse holl,

En zo gaat Constantijn Huygens nog wel even door, ik zal u de rest maar besparen. Het is wel een van de bekendste Haagse stadsgedichten, geschreven in 1667. Constantijn Huygens was niet alleen de schrijver van bovenstaand gedicht, maar ook de ontwerper van de Zeestraet, die nu overigens Scheveningseweg heet.

Blonde Dolly

de maanden daagden en de jaren weken
het huisje aan de haven is niet meer
geheim adres van menig Haagse heer
de muren kunnen nu niet langer spreken

de schimmen zijn gevlucht naar verre streken
al wezen kwade vingers keer op keer
en lispelden de tongen van weleer
het spitten is een loze daad gebleken

het is weer rustig in de oude buurt
en het dossier ligt onder stof begraven
maar ’s avonds doolt er soms nog iemand rond

die hoopvol bij een kroeg naar binnen gluurt
op zoek naar klanten rond de Nieuwe Haven
het is een jonge vrouw… en zij is blond

Zie ook de volgende site >>>

Passage

Vandaag aandacht voor een Haags stadsgedicht van Gerrit Achterberg, geschreven in 1953 (mijn geboortejaar). Het blijft een mooi gedicht.

passage

Passage

Den Haag, stad, boordevol Bordewijk
en van Couperus overal een vleug
op Scheveningen aan, de villawijk
die kwijnt en zich Eline Vere heugt.

Maar in de binnenstad staan ze te kijk,
deurwaardershuizen met de harde deugd
van Katadreuffe die zijn doel bereikt.
Ik drink twee werelden, in ene teug.

Den Haag, je tikt er tegen en het zingt.
In de passage krijgt de klank een hoog
weergalmen en omlaag een fluistering
tussen de voeten over het graniet;
rode hartkamer die in elleboog
met drie uitmondingen de stad geniet.

Gerrit Achterberg
(uit: Ode aan Den Haag , Amsterdam 1953)